Moet alles een naam hebben?

Hoe meer ik lees over hoogbegaafdheid, hoogsensitiviteit en de theorie van Dabrowski, hoe minder zeker ik soms weet waar de grenzen precies liggen.

Dat klinkt misschien vreemd. Je zou verwachten dat meer kennis leidt tot meer duidelijkheid. In zekere zin is dat ook zo. Maar tegelijkertijd ontdek ik steeds meer nuances.

Toen ik me voor het eerst verdiepte in hoogbegaafdheid, kwam ik al snel verhalen tegen over intensiteit, gevoeligheid, creativiteit en anders zijn. Later ontdekte ik de theorie van Dabrowski met zijn overexcitabilities. Daar herkende ik veel in. Nog weer later ging ik lezen over hoogsensitiviteit.

En toen begon de verwarring. Want waar houdt het één op en begint het ander?

Soms lijkt het alsof dezelfde kenmerken in verschillende theorieën terugkomen, maar onder een andere naam. Intense emoties. Diep nadenken. Sterk reageren op schoonheid. Veel voelen. Veel waarnemen. Een rijke verbeelding.

Zijn dat nu kenmerken van hoogbegaafdheid?
Van hoogsensitiviteit?
Van een overexcitability?
Of van allemaal een beetje?

Wat het voor mij extra ingewikkeld maakt, is dat ik mezelf in sommige beschrijvingen sterk herken. Vooral in de emotionele, zintuiglijke en imaginatieve overexcitabilities van Dabrowski. Ik geniet van de intensiteit waarmee ik dingen kan beleven, maar diezelfde intensiteit kan me soms ook behoorlijk in de weg zitten. Ik ben niet hoogbegaafd.

Dat gegeven alleen al maakt dat ik vraagtekens zet bij uitspraken die een vanzelfsprekende koppeling leggen tussen hoogbegaafdheid en overexcitabilities.

Ook in mijn werk zie ik kinderen die niet altijd passen binnen de beschrijvingen die ik tegenkom. Sommige hoogbegaafde kinderen lijken niet of nauwelijks gevoelig voor prikkels. Sommige zeer gevoelige kinderen zijn niet hoogbegaafd, maar wel slim, nieuwsgierig of diepdenkend. Sommige kinderen hebben een enorme intensiteit zonder dat duidelijk is waar die precies onder valt.

Steeds vaker zie ik daarom niet één grote cirkel, maar drie afzonderlijke cirkels: hoogbegaafdheid, hoogsensitiviteit en de intensiteit zoals Dabrowski die beschrijft. Soms overlappen ze elkaar. Soms bijna volledig. Maar soms ook helemaal niet.

Misschien is dat wel wat ik het meest geleerd heb tijdens deze zoektocht: dat mensen zich niet altijd laten vangen in één theorie.

Ik merk dat ik voorzichtig ben geworden met stellige uitspraken. Niet omdat de theorieën niet waardevol zijn, maar omdat de werkelijkheid meestal complexer is dan het model. En eerlijk gezegd geeft dat me ook rust.

Ik hoef niet precies te weten in welke cirkel iemand past. Het is veel belangrijker dat ik probeer te begrijpen hoe die persoon de wereld ervaart. Misschien is dat ook precies waarom mijn praktijk de ondertitel draagt:

Voor alles dat niet binnen de lijntjes blijft.

Want hoe meer ik ontdek, hoe meer ik zie dat mensen zich zelden netjes gedragen volgens de schema's die wij voor ze maken. Gelukkig maar. Juist buiten de lijntjes kom ik vaak de mooiste verhalen tegen.

Volgende
Volgende

Spiegel