De keerzijde van een rijke fantasie

"Hij weet het verschil tussen fantasie en werkelijkheid niet meer."

Misschien heb je het ook wel eens gehoord. Of heb je zo’n kind thuis. Een kind dat wegdroomt. Dat tijdens het eten ineens begint te vertellen over een uitvinding, een nog te ontdekken land of zich afvraagt hoe het eruit zou zien als een regenboog niet in de lucht hing, maar gewoon op de grond lag.

Alsof zijn hoofd ergens anders is.
En eerlijk? Soms is dat ook zo.
Een rijke fantasie is iets prachtigs.

Laatst zat er een jongen in mijn klas die tijdens een les over dieren bedacht dat er eigenlijk een nieuw dier moest bestaan.
Niet zomaar een dier.

Het had de poten van een lynx, de vleugels van een vleermuis en kon van kleur veranderen als een kameleon. Terwijl andere kinderen bezig waren met de opdracht, werkte hij het dier steeds verder uit. Hij bedacht waar het leefde, wat het at en zelfs hoe het communiceerde met soortgenoten.
Zijn ogen straalden terwijl hij vertelde!

Dat is geen afleiding.
Dat is verbeeldingskracht.
Hij zag iets wat er niet letterlijk was en maakte er iets nieuws van.

Maar kan je er last van hebben?
Ja, zeker.

Want een hoofd dat altijd ideeën maakt, staat niet zomaar uit. Sommige kinderen raken zo verdiept in hun eigen gedachten dat de wereld om hen heen even naar de achtergrond verdwijnt. Ze missen instructies, vergeten afspraken of hebben moeite om terug te schakelen naar wat er op dat moment van hen gevraagd wordt.

Ik zie ook kinderen die zich terugtrekken in hun fantasie als iets moeilijk of spannend wordt. Niet omdat ze niet willen meedoen, maar omdat hun binnenwereld soms aantrekkelijker voelt dan de buitenwereld.

En daar zit precies de uitdaging.

Niet minder fantaseren, maar leren bewegen tussen fantasie en werkelijkheid. Zodat een rijke verbeelding geen plek wordt om in weg te kruipen, maar een kracht waarmee een kind kan creëren, ontdekken en nieuwe mogelijkheden kan zien.

Volgende
Volgende

Té gevoelig?